De ARCADIS-pensioenregeling biedt meer dan een pensioen voor u zelf. Een heel belangrijke voorziening is het nabestaandenpensioen: een inkomen voor uw partner en minderjarige kinderen (tot hun 21e jaar) voor het geval u overlijdt – voor of na uw pensionering. Overigens is de nabestaandenuitkering altijd lager dan wat uw gezin nu aan inkomen gewend is. Het blijft dus verstandig te kijken of u geen aanvullende maatregelen wilt treffen voor het geval u overlijdt.
Als u getrouwd bent of een geregistreerd partnerschap heeft, dan is het partnerpensioen automatisch geregeld. Bent u ongehuwd samenwonend, dan is er alleen partnerpensioen als u uw partner heeft aangemeld bij het pensioenfonds. Hier leest u aan welke voorwaarden u dan moet voldoen.
Hieronder kunt u meer lezen over de volgende onderwerpen (u springt door naar het desbetreffende onderwerp door erop te klikken):
- Partnerpensioen - hoe hoog?
- Geen behoefte aan partnerpensioen? Inruilen als u met pensioen gaat !
- De nabestaandenregeling van de overheid: Anw (tot 65 jaar)
- De vrijwillige Anw-hiaatverzekering
- Wezenpensioen
Parnerpensioen - hoe hoog?
Als u overlijdt, is er voor uw partner een partnerpensioen, een pensioen dat hij of zij vanaf uw overlijden levenslang uitgekeerd krijgt. De manier waarop het partnerpensioen berekend wordt, is afhankelijk van het moment waarop u overlijdt.
- Overlijden tijdens dienstverband
Als u overlijdt terwijl u nog in dienst bent bij ARCADIS heeft uw partner recht op een levenslang partnerpensioen van 80% (70% over uw opgebouwde ouderdomspensioen tot 2006) van het levenslange ouderdomspensioen dat u zou hebben bereikt als u tot uw 63ste op basis van uw huidige inkomen (altijd per 1 januari van enig jaar) pensioen had opgebouwd. U kunt op uw jaarlijkse pensioenoverzicht zien hoeveel het partnerpensioen bedraagt.
Als u vóór 2006 al deelnemer was, is er bij uw overlijden een tijdelijk partnerpensioen van 10% over het in de dienstjaren tot 2006 opgebouwde ouderdomspensioen. Dit tijdelijk partnerpensioen wordt aan uw partner uitgekeerd tot hij of zij 65 jaar is.
- Overlijden na pensionering
Als u overlijdt na uw pensionering heeft uw partner recht op een partnerpensioen ter grootte van 80% (70% over uw opgebouwde ouderdomspensioen tot 2006) van uw levenslange ouderdomspensioen dat u vanaf 63 jaar zou krijgen. Ook hier geldt: als u vóór 2006 al deelnemer was aan de pensioenregeling, is er ook een tijdelijk partnerpensioen zolang uw nabestaande jonger is dan 65 jaar. Voorwaarde is wel dat u tot uw pensionering onafgebroken deelnemer aan de pensioenregeling bent geweest (oftewel: dat u tot uw pensioen bij ARCADIS bent blijven werken).
- Overlijden als u gewezen deelnemer bent
Als u overlijdt terwijl u niet meer werkt bij ARCADIS, maar u heeft nog wel pensioenrechten bij het pensioenfonds staan, dan krijgt uw partner een partnerpensioen ter grootte van 80% (70% over uw opgebouwde ouderdomspensioen tot 2006) van het ouderdomspensioen dat u bij het pensioenfonds heeft opgebouwd.
Voor het partnerpensioen geldt bovendien:
• Als uw partner meer dan 10 jaar jonger is dan u, wordt voor elk extra jaar 2,5% afgetrokken van het
partnerpensioen. Als uw partnerbijvoorbeeld 14 jaar jonger is, wordt er 4x2,5%=10% afgetrokken van het
partnerpensioen.
• Nadat het partnerpensioen is ingegaan,streeft het pensioenfonds ernaar dat jaarlijks te verhogen in
overeenstemming met de prijsstijgingen in Nederland om de koopkracht ervan op peil te houden. Dit gebeurt alleen als er voldoende geld voor is.
• Wanneer u op 1 januari 2000 reeds deelnemer aan de ARCADIS-pensioenregeling was en op die datum 50 jaar of ouder was, dan heeft uw partner indien u tijdens dienstverband overlijdt recht op een tijdelijk partnerpensioen van 20% van het tot 2006 opgebouwde ouderdomspensioen in plaats van 10%.
Geen behoefte aan partnerpensioen? Inruilen als u met pensioen gaat!
U bouwt in de ARCADIS-pensioenregeling altijd partnerpensioen op, ook als u geen partner of kinderen heeft. Dat heeft twee voordelen:
- Als u op enig moment voor uw pensioeningang toch een partner krijgt, is er meteen een volledig partnerpensioen geregeld.
- Als u op uw pensioendatum geen partner heeft, wordt het opgebouwde partnerpensioen ingeruild voor extra ouderdomspensioen voor u zelf. Partnerpensioen opgebouwd vóór 1 januari 2000 kan niet ingeruild worden.
De nabestaandenregeling van de overheid: Anw (tot 65 jaar)
Ook de overheid kent een voorziening voor gezinnen die een ouder verliezen, de Algemene nabestaandenwet of Anw. Voor een Anw-uitkering komt een weduwe of weduwnaar in beginsel
alleen in aanmerking als hij of zij voldoet aan één of meer van de volgende voorwaarden:
• het jongste kind is jonger dan 18 jaar, óf
• de nabestaande is voor 45% of meer arbeidsongeschikt, óf
• de nabestaande is geboren vóór 1 januari 1950.
De uitkering loopt uiterlijk door tot de nabestaande 65 jaar is geworden.
Wie wel aan de voorwaarden voldoet maar eigen inkomsten heeft, wordt gekort op zijn of haar Anw-uitkering. Nabestaanden met een kind onder de 18 jaar krijgen jaarlijks een extra uitkering per kind van 20% van het netto minimumloon, de zogeheten halfwezenuitkering. Deze uitkering is niet inkomensafhankelijk.
Meer informatie over de Anw vindt u op de website van de Sociale Verzekeringsbank.
De vrijwillige Anw-hiaatverzekering
Als uw partner nu of in de toekomst geen recht heeft op een Anw-uitkering van de overheid in geval van uw overlijden, of als de Anw-uitkering van uw partner geheel of gedeeltelijk gekort wordt in verband met inkomsten, dan is het aan te raden om een Anw-hiaatverzekering af te sluiten. Het is mogelijk om via het pensioenfonds mee te doen aan een collectieve Anw-hiaatverzekering. Als u overlijdt en uw partner is jonger dan 65 jaar, dan zorgt deze verzekering ervoor dat hij of zij tot 65 jaar een aanvulling op het partnerpensioen krijgt ter grootte van € 15.550 (peildatum 1-1-2010) per jaar. Ook hier geldt dat als uw partner meer dan 10 jaar jonger is dan u, dat er voor elk extra jaar 2,5% wordt afgetrokken van deze aanvulling. Een overzicht van de premies per 1 januari 2010 vindt u hier. Tevens kunt u een deelnameformulier downloaden.
Voor uw kinderen: wezenpensioen
Als u overlijdt, is er voor uw kinderen een wezenpensioen verzekerd. Het wezenpensioen bedraagt 14% van uw bereikbare ouderdomspensioen, dat wil zeggen: het pensioen dat u zou hebben kunnen bereiken als u tot uw 63ste op basis van uw huidige inkomen (uw inkomen per 1 januari) was blijven deelnemen aan de pensioenregeling. Als kinderen beide ouders verliezen, wordt het wezenpensioen verdubbeld.
Het wezenpensioen loopt door tot het moment dat uw kinderen 21 jaar worden. Ook pleeg-, stief- en adoptiekinderen die door u worden onderhouden en opgevoed komen in aanmerking voor wezenpensioen.